Weg door groen berglandschap naast zee

Een epische camperreis door IJsland

Jaren droomden mijn vriend en ik van een camperreis door IJsland. In september 2019 was het eindelijk zo ver! We vlogen naar Reykjavík om via de ringweg, mét een uitstapje naar de Westfjorden, per camper dit indrukwekkende eiland te ontdekken.

In IJsland zijn overal campings te vinden. Vaak bestaan ze uit niet meer dan een grasveld met een toiletgebouw. Hierdoor hoef je je plekje op de camping in IJsland meestal niet van tevoren te reserveren. Vaak kan dat ook helemaal niet – de campings hebben geen genummerde plaatsen en je kiest bij aankomst gewoon zelf een geschikt plekje uit. Kamperen geeft je dus heel veel vrijheid om op je eigen tempo door IJsland te reizen. Toen wij in IJsland aankwamen dachten we bijvoorbeeld nog dat we niet de hele ringweg zouden rijden, maar uiteindelijk hebben we dat wel gedaan. Verblijf je in hotels of huisjes, dan moet je die keuze al bij het boeken maken. Droom je ook van een camperreis door IJsland? In deze blog neem ik je mee op onze reis en vertel ik over de hoogtepunten, maar ook over de plekken die ik minder indrukwekkend vond. Let’s go!

Zwarte Volkswagen Caddy op camping met bergen op achtergrond
Ons huisje op wielen tijdens onze camperreis door IJsland

Reykjavík in de regen

We zijn er! Het is de laatste dag van augustus, rond een uur of drie in de middag stappen we in een regenachtig Reykjavík uit het vliegtuig. De weg naar de stad loopt door een kaal landschap. Hier en daar steekt een zwarte lavakorst boven het gras uit. De bus zet ons af bij het station in de stad. Het guesthouse waar we de eerste nacht zullen slapen ligt op twintig minuten lopen, maar we hebben een loodzware weekendtas bij ons. Als we in de stadsbus stappen blijkt het openbaar vervoer die dag gratis te zijn – een fijn begin van onze reis in het toch wel dure IJsland. Die avond lopen we door de miezer naar Islenski Barinn, waar de gerookte zalm smelt op mijn tong. We lopen nog even binnen bij Harpa, het concertgebouw van Reykjavík en kruipen daarna vroeg ons bed in. Morgen begint onze camperreis door IJsland echt!

IJsland in het klein

Onze reis begint bij Cozy Campers, waar we ons kleine huisje op wielen ophalen. Een camper huren in IJsland is duur, en om de kosten nog enigszins binnen de perken te houden hebben we voor een Volkswagen Caddy gekozen. Nog even langs de supermarkt en dan kan het avontuur echt beginnen. We rijden de stad uit en al snel verandert het landschap. Langs de weg zien we watervallen, de bergen worden steeds hoger en we komen de eerste schapen van onze reis tegen. De eerste stop van onze camperreis door IJsland is Glymur, de op één na hoogste waterval van IJsland. Nadat we over een boomstam een rivier zijn overgestoken lopen we over glibberige paden naar boven. Bij een uitzichtpunt besluiten we om te keren – we weten niet of de rivier boven de waterval laag genoeg staat om over te kunnen steken.

Berg met sneeuw in ochtend
De Snæfellsjökull in het zachte ochtendlicht

Het is nog zo’n anderhalf uur rijden naar het schiereiland Snæfellsnes. Door alle bezienswaardigheden die je hier vindt wordt dit schiereiland ook wel IJsland in het klein genoemd. Op het uiterste puntje ligt de eerste camping van onze reis: Hellissandur. We parkeren de camper naast een lavaveld, waar de zonsondergang zorgt voor een prachtige gloed over het landschap. Die nacht zien we nog wat flarden van het noorderlicht, wat zich tijdens de rest van onze reis door IJsland helaas niet nog een keer laat zien. Na een woelige eerste nacht in de camper worden we vroeg wakker. Rond half negen rijden we het Nationaal Park Snæfellsjökull in. De gelijknamige gletsjer hebben we vanaf de camping al zien liggen, maar het park kent nog veel meer bezienswaardigheden. Van de Saxhóll krater, waar je over een lange trap naar boven kunt lopen, tot het met scheepsresten bezaaide kiezelstrand Djúpalónssandur. Via weg 54 rijden we terug naar het noorden van het schiereiland Snæfellsnes. Tijdens onze reis willen we de meest toeristische plekken het liefst overslaan. Maar nu we in de buurt van de bekende berg Kirkjufell zijn, nemen we toch een kijkje. Het valt tegen: in tegenstelling tot wat de foto’s je doen geloven ligt tussen de berg en de gelijknamige waterval een drukke weg. Bij de waterval lopen hordes toeristen en de hekjes die zijn neergezet om het landschap te beschermen worden massaal genegeerd. Ik probeer mensen aan te spreken op hun gedrag, maar ze doen net alsof ze me niet verstaan. Gelukkig wijst onze wandelgids erop dat er op het schiereiland ook nog rustige plekken te vinden zijn. Nog geen uur later lopen we over schapenpaadjes in een verlaten landschap. Hier word ik blij van!

De Westfjorden!

Toen we voor het eerst over de Westfjorden hoorden, wisten we meteen: deze regio kunnen we niet overslaan tijdens onze camperreis door IJsland! Voordat we naar deze afgelegen regio rijden nemen we eerst nog een bad in Guðrúnarlaug, de eerste hotspring van onze reis. Het hotel ernaast is al gesloten en er is in de omgeving niemand te bekennen. De dag begint goed: de lucht is strakblauw en het landschap baadt in zacht zonlicht.

Geel strand met bergen op achtergrond
Het strand Rauðisandur met helemaal rechts de camping

Onze eerste stop in de Westfjorden is Flókalundur. Na een wandeling naar het meer Helluvatn eten we in Hotel Flókalundur een veel te duur stuk bosbessencheesecake. Ons doel voor vandaag is Rauðisandur, een ruim 10 kilometer lang zandstrand. Een hobbelige weg over de bergen brengt ons naar de mooiste camping van de hele reis. We parkeren de camper direct aan het strand. Gelukkig zijn we ruim voor zonsondergang aangekomen, en hebben we alle tijd om rond te struinen. Met een omweg via de Latrabjarg kliffen – waar in september helaas geen papegaaiduiker meer te vinden is – rijden we de volgende dag richting Dynjandi. Als er één plek is die ik tijdens onze camperreis door IJsland sowieso wilde zien, is het deze waterval. En het overtreft mijn verwachtingen: Dynjandi is een van de mooiste watervallen die ik ooit heb gezien. Tot een paar jaar geleden kon je vlakbij de waterval kamperen, maar helaas (en terecht) is de camping nu gesloten. We rijden verder naar het dorpje Þingeyri, waar we bij café Simbahöllin onze eerste wafel met slagroom en rabarberjam eten. Wist je dat je in bijna elk IJslands café een wafel kunt bestellen? Een beetje zoals appeltaart in Nederland.

Twee kleine huisjes met dak van gras naast zee, bergen op achtergrond
De huisjes van het Ósvör Maritime Museum in Bolungarvík

Na alle hoogtepunten van de afgelopen dagen is het tijd om wat rustiger aan te doen – hoewel dat in dit prachtige land niet makkelijk is. Na een nachtje op de camping in Þingeyri besluiten we de volgende dag maar tot Ísafjörður te rijden, zo’n 50 kilometer verderop. Onderweg bezoeken we de botanische tuin Skrúður en The Old Bookstore in Flateyri. Dit winkeltje bestaat al meer dan een eeuw en is nog steeds in handen van dezelfde familie. Ik koop er het boek Independent People van Halldór Laxness, zodat ik later nog een keer kan wegdromen bij zijn beschrijvingen van het IJslandse landschap. ’s Middags maken we vanuit Ísafjörður nog een uitstapje naar Bolungarvík. Tegenwoordig ligt er tussen deze twee plaatsen een tunnel, maar vroeger was er alleen een weg langs de kust. De oude weg is afgesloten voor auto’s, maar je kunt er wel een stukje wandelen. Omdat de weg niet meer onderhouden wordt is de kracht van de natuur goed zichtbaar: er liggen overal gigantische rotsblokken en het wegdek begint langzaam af te brokkelen. Aan het begin van de weg ligt het Ósvör Maritime Museum, een klein museum wat bestaat uit een paar vissershuisjes. Helaas is het museum in september gesloten, maar het is ook leuk om de huisjes van buiten te bekijken. En het blijkt dat rustig aan doen tijdens een reis door IJsland inderdaad moeilijk is: we sluiten de dag af met een wandeling naar de Naustahvilft, ook wel troll’s seat genoemd. Het lijkt hier alsof er een gigantische trol op de berg is gaan zitten, waardoor de berg een stuk is ingezakt. Het uitzicht over Ísafjörður is in ieder geval magisch.

Weg langs kust met rotsen
De oude kustweg bij Bolungarvík

Hobbelige wegen

Vanaf Ísafjörður slingert de weg door de fjorden, dan weer richting zee, dan weer landinwaarts. Er is hier zo weinig verkeer dat het bouwen van tunnels veel te duur zou zijn. We stoppen eerst bij de Valagil waterval, die op slechts twee kilometer wandelen van de weg ligt maar waar het verrassend rustig is. De poolvos, het enige inheemse zoogdier van IJsland, hebben we nog niet gezien. Het Arctic Fox Centre, een klein maar leerzaam museum over de poolvos, brengt daar verandering in. Maar het is natuurlijk niet hetzelfde als de dieren in het wild tegenkomen. Na een korte stop in Litlibær, een gehucht bestaande uit een boerderijhuisje omgetoverd tot café, vervolgen we onze weg naar de Drangajökull. Een lange weg met diepe gaten brengt ons naar de enige gletsjer in IJsland die niet boven de 1000 meter uitkomt, en ook nog eens de laatste jaren niet is gekrompen. Op de parkeerplaats staan slechts een paar andere auto’s. Terwijl we een stuk richting de gletsjer lopen genieten we van de stilte. Ondertussen hebben we besloten dat we toch heel IJsland rond gaan rijden. In dit stuk van de Westfjorden zijn weinig campings, dus rijden we nog een stuk verder en komen we die avond uit in Borðeyri. Door alle indrukken begint de vermoeidheid bij mij toe te slaan. Ik krijg minder zin om allemaal plekken te bekijken, maar de camper is ook een beetje krap om de hele dag binnen te blijven. Dus rijden we de volgende dag via de Arctic Coast Way naar Hvítserkur, een gigantische rotsformatie in de zee. De weg is onverhard en de modder spat op tegen de camper. Het waait zo hard dat we ook bij de hotspring Grettislaug bijna van onze voeten geblazen worden. Gelukkig is het weer in Dalvík, waar we die avond kamperen, een stuk rustiger.

Huisje in gras met muren van steen en borden met openingstijden
Het huisje en café in Litlibær

Van bergen naar bossen

De omgeving rondom Dalvík biedt precies wat ik nodig heb: bergen en rust. Deze streek wordt ook wel de Alpen van IJsland genoemd, en ik begrijp wel waarom. De bergen zijn hier veel glooiender dan in bijvoorbeeld de Westfjorden, waar ze als muren opdoemen uit zee. Onze wandelgids brengt ons wederom naar een prachtige plek. Onderweg naar het meertje Skeidsvatn komen we maar twee andere wandelaars tegen. In het hele dal overheerst de rust. Een schril contrast met het gebied rondom Mývatn, waar we later die dag aankomen. De parkeerplaatsen staan hier vol met auto’s. We lopen nog even door de lavavelden bij Dimmuborgir. Als we bij de krater Hverfjall aankomen, besluiten we de beklimming voor de volgende dag te bewaren. We rijden als een van de eersten de camping op, maar horen nog tot laat in de avond mensen aankomen. ’s Ochtends hebben we Hverfjall gelukkig bijna voor onszelf, en kan ik toch nog even genieten van het contrast tussen het zwarte landschap en de geel verkleurende bladeren aan de planten. Na een paar korte stops bij de hete bronnen van Hverir en de geothermische centrale van Krafla laten we de drukte achter ons en beginnen we aan de lange rit richting Egilsstaðir. 175 kilometer lang is hier helemaal niks – geen huis, geen tankstation, zelfs geen boom. Als het ook nog eens gaat sneeuwen vragen wij ons af wat de eenzame fietsvakantieganger die we tegenkomen bezielt. Bij de toeristeninformatie in Egilsstaðir ontdek ik in een foldertje dat we vlakbij het grootste bos van IJsland zijn. Midden in dat bos, aan het meer Lagarfljót, blijkt een camping te liggen. Het kost weinig moeite om mijn vriend te overtuigen om op zijn minst even te gaan kijken. Een half uurtje later staan we als eerste op de camping. Aan de hand van een IJslandse flyer en paaltjes die de route markeren maken we een korte wandeling door het bos. Er is verder niemand – wat een verademing na de drukte bij Mývatn. Die avond staan er op de grote camping in totaal vier campers en een tent.

Skeidsvatn, een bergmeertje in de buurt van Dalvík

De volgende dag slaat het weer om. Over een mistige bergpas rijden we naar Seydisfjördur. Mijn vriend wil graag het kunstwerk Tvísöngur bekijken. Op mij maakt het kunstwerk weinig indruk, ik heb het koud, ben moe en wil zo snel mogelijk terug naar de camper. De regen houdt de hele middag aan dus besluiten we al vroeg naar de camping te gaan. We willen echt niet naar buiten, dus klimmen we over de stoelen heen naar achteren en spelen we de rest van de middag spelletjes op het bed.

Het drukke zuiden van IJsland

We komen steeds dichterbij de zuidkust van IJsland en bij elke stop die we maken lijkt het drukker te worden. Het landschap is adembenemend mooi: aan de ene kant van de weg ligt de zee, en aan de andere kant liggen gigantische gletsjers. Maar ik ben na alle indrukken zo moe dat ik me steeds meer ga irriteren aan de drukte. Gelukkig zijn ook in het zuiden van IJsland nog onontdekte plekjes. Zo komen we dankzij een tip van een meneer bij de toeristeninformatie in Höfn uit bij het gletsjermeer aan het uiteinde van de Heinabergsjökull. We kunnen helemaal allen genieten van de bizarre ijsformaties in het meer. Pas als we terug lopen naar de camper komt er een groep kajakkers aan. De tegenstelling met de bekende Glacier Lagoon (Jokülsárlón) kan bijna niet groter zijn. De grote parkeerplaats staat helemaal vol en foto’s maken zonder mensen in beeld is hier onmogelijk, want op het meer varen meerdere boten rond. Voor omgerekend zo’n tachtig euro kun je een half uur lang ervaren hoe het is om een sardientje op een boot te zijn – een kans die wij laten schieten. Ook die avond besluiten we de drukte zoveel mogelijk te vermijden. We rijden eerst naar de camping Skaftafell. De camping ligt achter een aantal gigantische parkeerplaatsen, dus we keren al snel om en kiezen voor een wat kleinere camping in de buurt. Ook daar is het niet rustig, maar in de grote gemeenschappelijke keuken kunnen we wel lekker warm binnen zitten.

Paaltje met wandelmarkeringen in berglandschap
Vanaf Svartifoss lopen we naar Sjónarsker, waar we genieten van het prachtige uitzicht

De volgende ochtend keren we al vroeg terug naar de parkeerplaats bij Skaftafell om een wandeling te maken naar de bekende Svartifoss. Doordat we al in de ochtend op pad zijn is het er nog vrij rustig. De waterval is een stuk kleiner dan we verwacht hadden, maar daarom niet minder mooi. We lopen over een ander pad terug naar de parkeerplaats, en genieten van het uitzicht over besneeuwde bergtoppen, gletsjers en de zee. Ook de wandeling richting de gletsjer, die we daarna maken, is de moeite waard. Het pad is vlak, maar leidt bijna tot aan de tong van de gletsjer. Wat voelen we ons klein in dit landschap! De rest van de dag rijden we langs een aantal van de bekende bezienswaardigheden in het zuiden van IJsland, zoals Skógafoss en de basaltkolommen op het zwarte strand Reynisfjara. Die laatste vind ik een teleurstelling. De parkeerplaats ligt direct naast het strand, en het is er veel te druk. Bovendien zijn de basaltkolommen ook niet zo indrukwekkend meer na alles wat we al hebben gezien tijdens onze camperreis door IJsland. Ook als we de volgende dag naar de Golden Circle rijden verbaas ik mij over het kale, haast saaie landschap. Deels komt het waarschijnlijk ook omdat ik moe ben van de lange reis die we achter de rug hebben. Daardoor kan ik de prikkels op deze drukke plekken minder goed hebben. Gelukkig maakt de tomatensoep die we eten in de kas van Friðheimar veel goed.

Vuurtoren met ondergaande zon
De zonsondergang bij de vuurtoren van Akranes

Onze laatste stop op de Golden Circle is Þingvellir, waarna we de toeristische drukte achter ons laten. Nog geen uur later staan we op de camping in Akranes, een kustplaatsje ten noorden van Reykjavík. Op een half uurtje lopen van de camping ligt de vuurtoren van het dorp. Hier genieten we ’s avonds van een prachtige zonsondergang – een mooie afsluiter van onze camperreis door IJsland. De laatste dag brengen we door in Reykjavík, waar het weer volledig is omgeslagen. Het regent en waait, en de temperatuur ligt rond het vriespunt. De wind duwt ons van een warme chocomel in een café naar het Reykjavík Maritime Museum en vroeg in de avond terug naar ons guesthouse. We slapen in de buurt van het busstation en stappen de volgende dag al om 7 uur ’s ochtends in het vliegtuig terug naar Amsterdam. Ik ben blij dat de lange reis voorbij is, maar ook verdrietig dat we IJsland achter ons moeten laten.  

Ga jij ook een camperreis door IJsland maken?

Een epische camperreis door IJsland
Bewaar deze post op Pinterest!

2 reacties op “Een epische camperreis door IJsland”

  1. Pingback: 5x de mooiste campings in IJsland - Outdoormeisjes

  2. Pingback: Kamperen in IJsland: praktische tips en tricks - Outdoormeisjes

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Deze website gebruikt cookies voor een optimale gebruikservaring.